De klaain manne klappe gin Aantwaarps ni miejr, en daseungd (*)
- bvanpaeschen5
- 2 jun
- 4 minuten om te lezen
Een krantenknipsel van al wat langer geleden, dat ik had bewaard als inspiratie voor een les Nederlands. En zie, het komt al van pas voor deze blog. Wisten jullie dat in Wallonië Waals werd gesproken? Wérd, want bijna niemand spreekt het nog. Met het Waals gaat het even slecht als met onze Vlaamse dialecten.







Dat het Waals bestaat, wist ik wel. Zoals jullie kunnen lezen in mijn stukje over de Carmina Burana, heb ik wat wilde studentenjaren beleefd aan de Universiteit van Namen. En op cantussen werd meer dan eens een (schunnig) Waals liedje gezongen. (Dat wij Vlamingen niet begrepen, misschien maar gelukkig ook)
Het Waals was honderden jaren lang de meest gebruikte taal in Wallonië. Maar toen ons land in 1919 de leerplicht invoerde, werd het Frans de verplichte taal in de secundaire scholen. (Ook in Vlaanderen!) Waalse kinderen die hun eigen taal spraken, kregen straf. Vanaf toen werd het Waals gezien als de taal van de arbeiders en de laaggeschoolden. En met elke nieuwe generatie werd het Frans meer en meer de voertaal in Wallonië.
Rechtstreeks uit het Latijn
Het verbaasde mij dat het Waals geen afgeleide is van het Frans. Het artikel schrijft dat de taal rechtstreeks van het Latijn komt, op hetzelfde moment dat het Frans zich ook ontwikkelde uit het Latijn. Het wordt zelfs nog gedoceerd aan de Universiteit van Luik.
Volgens de Luikse professor is het Waals “een mooie taal met veel uitdrukkingen en gezegdes” . En een studente van hem zegt dat het beter leren kennen van het Waals haar dichter bij haar eigen wortels en geboortedorp brengt.
En dat snap ik helemaal.
Warm badje
Want onlangs bleef ik al scrollend hangen bij een video met de actrice Ann Petersen. Ik bleef hangen uit pure nostalgie voor de taal die ze spreekt. Als een plonsje in een warm bad, was het. Ik deed mijn ogen dicht en werd weer naar mijn kindertijd gekatapulteerd toen ik die taal overal om me heen hoorde: het schoên Aantwaarps dialect, met zijn kleurrijke uitdrukkingen en beeldende woordenschat.
Bonne-Mamie
In mijn kindertijd woonde ik, net als nu opnieuw, in een dorp ten zuiden van Antwerpen. Thuis spraken mijn moeder, broer en ik tussentaal. Geen dialect. Dat komt omdat mijn moeder van het Waasland is. Behalve als ze tsestig en tseventeg zegt, is aan haar niet echt te horen dat ze van over ’t water komt. (Dat water, dat is de Schelde. Die vormt de grens tussen de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen.)
Mijn vader, die al een paar jaar is overleden, was een ander paar mouwen. Als hij zijn mond opendeed, rolde daar het sappigste Antwerps uit dat je je maar kon bedenken. Nochtans hield zijn moeder, mijn Bonne-Mamie, van keurig Standaardnederlands. Of het uit rebellie was tegen zijn ietwat burgerlijke familie, weet ik niet. Maar nadat papa zijn ouderlijk huis had verlaten, sprak hij na een tijdje even goed Antwerps als de gemiddelde havenarbeider. Tot grote ergernis van Bonne-Mamie, die dan haar ogen naar God in de hemel draaide en 'Luc, uw taal' zuchtte.
De stadsredactie
Zelf spreek ik, als je mijn scherpe klinkers niet meetelt, nog steeds geen Antwerps dialect. Maar ik kán het wel, heel goed zelfs. Dat leerde ik in mijn tijd als journalist bij Gazet van Antwerpen. Mijn collega’s van de stadsredactie konden moeiteloos overschakelen van Standaardnederlands tot het platste Antwerps, naargelang de context. En na een tijdje kon ik dat ook.
Want als je interviews doet, een babbeltje slaat met mensen om informatie los te peuteren, lukt dat het best als je dezelfde taal spreekt. Dus vroeg ik: ‘Edde gaai klaain manne?’ in plaats van: ‘hebt u kinderen?’
Help! De Michel!
Mijn eigen klaain manne van 12 en 13 jaar kennen geen Antwerps dialect. Mijn papa overleed toen mijn jongste vier maanden was, en met hem verdween ook zijn sappige woordenschat. Het Antwerps horen mijn kinderen alleen van de buurman; die is in de zeventig en helpt me af en toe in de tuin. Als ‘de Michel’ aanbelt, vluchten ze naar boven want 'wij verstaan hem niet.'
Ozzy van 't stad
Jammer, vind ik, dat die dialecten verdwijnen. Maar taal evolueert op het tempo van de maatschappij.
Zo moeten we op familiefeesten altijd heel erg lachen met Oscar (14), de jongste van mijn broer. Hij en zijn gezin wonen in het centrum van Antwerpen en Ozzy gaat er ook naar school. Ozzy’s skatevrienden hebben roots van overal in de wereld, en hij heeft zich hetzelfde taaltje aangemeten. Oscar praat zoals in het filmpje hieronder. Ons Marokkaanse neefje, zeggen we dan. Bonne-Mamie draait zich om in haar graf.
Voor de les Nederlands
Met taalvariatie kan je veel kanten uit, dat weten wij van WES 4 intussen 😊
In een les over taalvariatie in verschillende contexten zou ik leerlingen graag wat Antwerpse dialectwoorden willen voorleggen: een blaffetuur, bijvoorbeeld. Of een nen deurpel, een machoeffel of de Konaainepaaip (mét een hoofdletter, jawel!) Benieuwd of ze de woorden herkennen.
Maar omdat niet alle jongeren in de klas een Vlaamse achtergrond hebben, zou ik het daarna ook hebben over jongerentaal, straattaal en andere vormen van informeel taalgebruik. Natuurlijk moet ook formeel taalgebruik aan bod komen. Een les over: welke taal gebruik je met wie, waar en waarom?
En jullie?
Weten jullie wat een blaffetuur is? En de Konaainepaaip? Doe maar een gokje in de opmerkingen hieronder!




Opmerkingen