Maar allee! Waar stuurt AI me nu weer naartoe?
- bvanpaeschen5
- 7 jun
- 2 minuten om te lezen
Op een regenachtige dag hadden mijn man en dochter zin om te gaan poolen. Omdat ze niet zo gauw wisten waar, zochten ze dat op. Dochterlief sprak een bericht in op Google: ‘Waar kunnen we gaan poolen?’ Prompt kreeg ze een adres voor... paaldanslessen. Ook leuk, vond zij. Maar papa zag zich niet meteen rond een paal hangen. AI had het Vlaams van mijn dochter niet verstaan. Om daar iets aan te doen, is er het burgerwetenschapsinitiatief Maar Allee.
Hoe komt het dat AI-systemen ons Vlaams vaak zo slecht verstaan? Omdat ze vooral getraind zijn op Nederlands uit Nederland, weet Maar Allee. Onze Vlaamse klanken, accenten en tussentaal hebben die systemen niet geleerd. Daar wil Maar Allee iets aan doen. Het burgerwetenschapsinitiatief wil AI toegankelijker maken voor álle Vlamingen. Daarom bouwt Maar Allee aan een grote databank met gesproken Vlaams, van Pelt tot Oostende, van Borgerhout tot Vorselaar.
Dat las ik in een klein artikeltje in het vakblad Onze Taal.

Hoe gaat Maar Allee te werk?
Via de Maar Allee‑app spreken deelnemers korte antwoorden in. Die opnames worden automatisch omgezet naar tekst en daarna gecorrigeerd door vrijwilligers. Alles gebeurt privacyvriendelijk, zegt het burgerwetenschapinitiatief. Als ze dat willen, kunnen deelnemers hun opnames makkelijk weer zelf verwijderen. De uiteindelijke data worden publiek beschikbaar via het Instituut voor de Nederlandse Taal, met duidelijke licenties. Maar Allee bouwt dus zelf geen AI, maar levert de bouwstenen voor betere spraakherkenning.
Hoe doen ze dat?
Daarvoor heeft Maar Allee heel veel verschillende Vlaamse stemmen nodig: mannen, vrouwen, jongeren, ouderen, Limburgers, Oost‑Vlamingen… Zonder die variatie kan AI nooit leren hoe Vlaanderen écht klinkt. En zolang dat niet gebeurt, werkt spraaktechnologie ook niet goed voor Vlaamse gebruikers.
Testing, testing, one, two...
Ik heb zelf nog eens getest hoever het staat met de Vlaamse training van AI, en of die intussen mijn vrouwelijk-van-middelbare-leeftijd-Antwerps begrijpt. In mijn platste dialect vroeg ik: ‘Woar pakkek den tram nor de Greunplots?’ Taratataa... ik kreeg netjes de haltes voor de tram naar de Groenplaats. Maar toen ik vroeg: ‘Woar kannek een pint gon pakke?’ kreeg ik de weg naar de dichtstbijzijnde cashautomaat.
Er is dus nog een beetje werk voor AI.
Maar Allee is een mooi initiatief, maar toch: hoever kan je hierin gaan? Komt er ook jongerentaal in? En taal van mensen die het Nederlands nog niet zo goed spreken? Je kan toch moeilijk alle accenten van de wereld toevoegen?
Om goed te snappen hoe zo’n taalmachine als AI werkt, moet ik misschien eens in de lesbundel duiken. 👇
Voor de les Nederlands
Want Maar Allee is bij-zon-der interessant voor de les Nederlands! Bij het burgerwetenschapsinitiatief hoort – whoopwhoop – een lesbundel!
Leerlingen leren begrippen als dialect, tussentaal, sociolect en register, maar óók hoe AI taal leert: helemaal anders dan een kind, bijvoorbeeld. En als de leerlingen zelf ook deelnemen, dragen ze ook nog eens hun steentje bij aan burgerwetenschap.
Het materiaal is kant‑en‑klaar, flexibel inzetbaar, met lesdoelen en concrete opdrachten.
Het mag ook eens makkelijk zijn!
🔎 Bron: Vlaamse accenten in AI. (2026). Onze Taal, 95(1), 19. https://onzetaal.nl/tijdschrift/01-2026/bladerboek




Opmerkingen